13 mei - inlevering radiotoestellen

Op 13 mei 1943 werd bekend gemaakt dat alle radiotoestellen moesten worden ingeleverd.
Een gedeelte van de beschikking:
'Gewestelijke Politiepresident Eindhoven
Betreffende: inbeslagneming van radio-ontvangtoestellen
Bij beschikking van den Höheren S.S.- und Polizeiführer (Befehlshaber der Sicherheitspolizei) van 13 mei 1943 zijn alle zich in het bezette Nederlandsche gebied bevindende radio-ontvangtoestellen met toebehooren en eventuele reserve-onderdeelen met ingang van dienzelfden datum verbeurd verklaard en dienen deze binnen de hierna te noemen termijnen bij U te worden ingeleverd en door U in beslag genomen te worden.
1e. De inbelsgagenomen toestellen met toebehooren en eventueele reserve-onderdeelen dienen bij de politiegezagsdragers te worden ingeleverd.
2e. De politeigezagsdragers zijn voor de inlevering en de behoorlijke bewaring en behandeling van de inbeslaggenomen toestellen met toebehooren verantwoordelijk. Zij kunnen zich hierbij, voorzoover zulks mogelijk is, bedienen van instanties der Nederlandsche Posterijen, die overeenkomstige instructies hebben ontvangen.
3e. Al naar gelang de grootte der gemeenten dienen meerdere bureaux van inlevering te worden ingesteld. Aldaar moeten doorloopend genummerde lijsten worden aangelegd, waarin de naam van diegene, die een toestel heeft ingeleverd, het fabrieksmerk van het ingeleverde toestel en de eventueel ingeleverde onderdeelen dienen te worden vermeld.'

(000)

De burgemeester van Roermond maakte op 23 mei een schema bekend waarin de diverse straten en een datum vermeld werden wanneer de inwoners van de betreffende straat hun radio’s moesten inleveren. Deze lijst was ingedeeld op alfabetische volgorde.
De radio’s konden worden ingeleverd bij Teeuwen aan de Schuitenberg 18. Aan de radio’s moest een witte kaart bevestigd worden met daarbij de bijbehorende voorgeschreven formulieren. Deze formulieren waren op het stadhuis verkrijgbaar voor ƒ 0,10. Op deze formulieren diende men de volgende gegevens in te vullen: Merk van de radio, typenummer, andere voorwerpen en naam, adres en beroep van de eigenaar.
Op 27 mei waren bijvoorbeeld de volgende straten aan de beurt: Abdijhof, Afweg aan de Molens, Bakkerstraat, Begijnhofstraat, Bergstraat, Bisschop Boermansstraat, Bisschop van Hoensbroeckstraat, Bisschop Schrijnenstraat, Brugstraat, Buitenop, Burgemeester Geradtstraat, Burgemeester Raupstraat, Charles Ruysstraat, Deemselstraat, Dionysiusstraat, Dirksbergerweg, Dr. Leursstraat en Dr. Leurszijstraat.
Op 8 juni was volgens de alfabetische volgorde, de laatste straat aan de beurt, de Zwartbroekstraat.

H. Lafleur schreef hierover het volgende in zijn dagboek: 'Toen volgde de roof van de radio-toestellen. Reeds lang had de vijand begrepen dat iedereen de B.B.C. en de Oranjezender beluisterde, ondanks dat dit ten strengste verboden was. De mof gaf bevel dat iedereen zijn radiotoestel op een bepaalde dag en plaatst moest komen inleveren. Deed je dat niet, liep je kans dat je hele inboedel in beslag werd genomen. Alleen in Roermond gevestigde Duitse onderdanen en deutschfreundliche Nederlanders mochten hun toestellen behouden. Sommigen brachten echter de moed op om hun toestellen op de een of andere manier te verdonkermanen. Voor het oorlogsnieuws waren we nu aangewezen op de illegale blaadjes, die weldra een ongekend hoge oplage bereikten, zo zelfs, dat men op betrouwbare adressen, om financiële steun moest vragen. Aanvankelijk werden die dingen bij Jacques Pollaert op de Varkensmarkt gedrukt. De Mof kreeg echter achterdocht en nam de Heer Pollaert een verhoor af. Door de koele zelfbeheersing en brutaliteit van Pollaert werd men hiervan geen snars wijzer. Omdat er geen bewijzen waren moest men hem weer vrij laten.
Niet lang daarna verschenen die dingen in gestencilde vorm. Dat kon namelijk iedereen gedaan hebben.'

Er werden ook vrijstellingen verleend. Zo kreeg de NSDAP-Ortsgruppe vrijstelling. Zij hoefden hun radio niet in te leveren.


(F021)